Diagnostiek
Uitvoerig diagnostisch onderzoek geeft aan of een sprake is van dyslexie. Dit onderzoek kent de volgend onderdelen:
- Anamnese, reconstructie en voorgeschiedenis.
- taalontwikkeling
- visueel/ruimtelijke ontwikkeling
- motorische ontwikkeling
- sociaal-emotionele ontwikkeling
- Intelligentie onderzoek:
- taalvaardigheid
- geheugen
- visueel/ruimtelijk inzicht
- substitutie (koppeling cijfer/symbool)
- Functie ontwikkeling:
- taal ontwikkeling
- visuele waarneming
- concentratie
- links- rechts onderscheid
- visueel motorische ontwikkeling
- Ortho-didactisch onderzoek:
- wat kunnen dyslectische leerlingen op het gebied van lezen en spelling
Lezen:
- zijn alle klank-teken koppelingen geautomatiseerd?
- kan het kind snel lezen (tempo)?
- kan het kind foutloos lezen?
- hoe leest hij?
- moet hij nog veel woorden spellen of raad hij aak wat er staat?
Spelling:
- letterdictee:
- kan hij de gehoorde klanken foutloos opschrijven?
- gaat het vlot
- woorddictee:
- maakt hij visuele, auditieve of omzettingsfouten?
- fouten als gevolg van taalproblemen
- fouten tegen de spellingsregels
- zinnendictee
- spelt het kind het woord tijdens het schrijven?
- kan hij de zin in één keer onthouden?
- gebruikt hij hoofdletters en leestekens?
- controleert hij uit zichzelf zijn werk?
- is zijn visuele woordbeeld goed?
Handeling:
Afhankelijk van het kind en het onderzoek kunnen bijvoorbeeld de volgend dingen gedaan worden:
taaltraining
auditieve training
lezen
spellen